Je moet de Ronaldinho in jezelf vinden

Een column voor het literaire tijdschrift Passionate.
Er is een Amsterdamse scene waar ik schuldig aan ben. Of eigenlijk: mijn moeder. Zij deed mee met de postcodeloterij, en ze won een bowlingbon, en die gaf ze aan mij, en ik nam schrijvers mee bowlen, en dat werd heel even een traditie, één keer per jaar bowlen, en toen zei iemand: dat moeten we vaker doen, maar dan zonder het bowlen. Omdat ik het een belangrijk verhaal vind (want leuk voor mijn oude moedertje dat ze ooit ergens in een literatuurgeschiedenis genoemd gaat worden - dat hou ik mezelf en haar een beetje voor, althans), heb ik het al vaak verteld en raffel ik het een beetje af. Maar zo is het begonnen. Dat clubje komt een keer per maand bij elkaar in een café waar het volk lelijk en bezopen is, zeker op de vrijdagavond, waar Het verdriet van België rondloopt en mannen probeert te versieren: een vrouw die ooit zo door een schrijfster is genoemd en de morsigheid totaal maakt. Samen zijn we een Peter van Straaten-tekening die elke ironie voorbij gaat. Als ik mezelf daar ooit eens aan de bar hoor zeggen dat schrijven voor tachtig procent transpiratie is – just shoot me.

De laatste keer zat ik er met Gerbrand Bakker, Jan van Mersbergen en Gustaaf Peek over de verkoopcijfers van Patrick van Rhijn te praten - met Patrick erbij, want hij begon erover. Patrick is een buitenbeentje; niemand weet precies hoe hij erbij is gekomen, en iedereen verbaasde zich over zijn durf, want hij zei dat hij de nieuwe Kluun was. Zeggen dat je de nieuwe Kluun bent tegen mensen die zichzelf schrijver vinden, is - nou ja, precies dat. Hij zei ooit tegen Hassan Bahara: je moet de Ronaldinho in jezelf zien te vinden. Dat vonden we zo mooi dat we het nu nog tegen elkaar zeggen. Patricks eerste druk bestond uit vijftienduizend exemplaren; zijn uitgever vond ook dat hij de nieuwe Kluun zou worden. Patricks verkoopcijfers zijn een dankbaar onderwerp. Terwijl we het erover hadden, struikelde een verlopen vrouw naar buiten, haar haar sliertend langs haar slapen - ze was ingehuurd door Peter van Straaten, vermoedde ik, en ze leunde met een hand tegen het raam en staarde een beetje wezenloos langs de straat, waar jongens in lange jassen fietsten.

Verder aan de tafel zaten Jowi Schmitz, Yolanda Entius, Claire Polders en Janneke Jonkman. We misten Cindy Hoetmer, Marieke Groen, en Aukelien Weverling.
Deze scene was bij toeval ontstaan: dat bowlen was met de enige schrijvers die ik kende, toen nog een stuk of vier; dat een keer per maand in de kroeg hangen was met mensen die we ergens onderweg verzamelden: iemand kwam met een emailadres van iemand anders, en iemand anders kwam met nog drie namen. Uiteindelijk had ik een lijst met 60 emailadressen. En allemaal namen die de toptienboekenkoper niet kent - nou ja, Gerbrand Bakker dan. Gerbrand is ons houvast: vertel nog eens hoeveel drukken je hebt, Gerb, en echt, vertaald in het Koreaans? Gerb vertelt graag; ondanks zijn succes is hij elke keer wel eens ‘woedend’ geweest. Zie zijn weblog voor details.

Die lijst met adressen gaat natuurlijk goud waard worden, want ooit hebben we net zoveel drukken als Gerb en worden we vertaald in onleesbaarheid, en ik zit erop. Ik heb 'm alleen een keer doorgemaild aan Kees 't Hart, die een stuk over ons schreef voor de Groene Amsterdammer, vol verbazing over ons gebrek aan verbanden: nee, we hebben allemaal een verschillende uitgever, nee ik heb alleen zijn boek gelezen en ik kan me niet voorstellen dat ik me kan vinden in haar visie op literatuur.

We hebben het, voor zover ik het me kan herinneren, ook maar één keer over literatuur gehad, toen het groepje klein was en we over een boek van Rashid Novaire praatten. Verder hebben we het alleen maar over geld en hoe weinig je uitgever voor je doet. Ja, ze zouden meer budget aan reclame moeten besteden. Nee, je weet nooit zeker of dat helpt. Wanneer gaat je boek verkopen? Geen idee. Het is ongrijpbaar, zeggen Arjen Lubach en ik dan.
Deze scene is niet meer zoals je ze vroeger had. Vroeger had je mensen die discussiëerden over hun ideeën en het nooit eens werden maar dat stiekem wel waren, natuurlijk: door die discussies, omdat zij die discussies met elkaar wilden hebben, hoorden ze bij elkaar. Wij willen geen discussies; wij willen ons even één keer per maand schrijver voelen door andere schrijvers om ons heen te verzamelen, omdat we verder nauwelijks schrijverachtige dingen doen. Nou ja: Gerbrand wordt drie keer per week woedend tijdens het ergens in het land voorlezen.

Toen ik bij de laatste borrel wegging, vroeger dan anders omdat ik nog met mijn ver weg wonende meisje wilde bellen, kwamen Hassan Bahara en Basje Boer net over de brug waar mijn fiets vast stond. Volgende keer ben ik er langer, zei ik.

Thuis zat er een mailtje van Richard Osinga in mijn inbox. Of het niet eens tijd werd te gaan bowlen. Hij wilde die wisselbeker kwijt. Dat loog hij natuurlijk; hij wilde alleen nog een keer duidelijk maken dat hij elk schrijversbowlingtoernooi tot dan toe had gewonnen.

Zondag 27 April 2008 at 03:21 am.

Geen reacties



  


Persoonlijke info onthouden?:
Kattebel:
Verberg e-mail:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Dit was Je moet de Ronaldinho in jezelf vinden op waltervandenberg.nl Alles is © Walter van den Berg. Pik iets en ik weet je te vinden, rapalje.