Mensen die zo graag schrijver willen zijn

Een column voor het literaire tijdschrift Passionate.
Ik zat met mijn redacteur en mijn agent te eten. We gingen het over mijn derde boek hebben. Ik wilde een hoog voorschot, want ik was net gestopt met werken – ik was schrijver, eindelijk echt, want er lagen twee boeken van me in de winkel en ik zat sinds een paar weken niet meer op kantoor. Ik had het bedrag in mijn hoofd en ik was het op verschillende manieren aan het uitspreken, voor mezelf, zonder daar geluid bij te maken.
Toen zeiden ze het.
Ze hadden het over andere schrijvers en andere redacteuren, en ze zeiden: en dan heb je van die mensen die zo graag schrijver willen zijn in plaats van gewoon schrijven.
Ik keek naar mijn bordje. Ik had witbrood en kroketten. Dat had ik de vorige keer ook gehad, toen we over mijn tweede boek gingen praten – bij Keyzer in de Van Baerlestraat. Het leek me mooi, een traditie; ik zag al voor me hoe we weer bij Keyzer af zouden spreken voor boek vier en vijf en verder. Dat leek me namelijk heel schrijverachtig, zulke tradities. Ik wilde graag schrijver zijn.
Ik zei het.
Mijn redacteur en mijn agent waren door aan het praten, en ik zei: ik wil graag schrijver zijn.
Ze hielden even op met praten, keken me aan, lachten, en praatten weer door.
Nee maar echt, zei ik. Ik heb altijd graag schrijver willen zijn.
Mijn agent kuchte even. Dat kan hij heel parmantig. Maar nu ben je schrijver, zei hij, en nu wil je gewoon schrijven.
Ik overwoog te zeggen dat hij gelijk had, ja, klopt, nu wil ik gewoon schrijven, maar ik had last van eerlijkheid, en misschien wel van een gevoel van solidariteit met alle andere mensen die zo graag schrijver willen zijn. Ik schudde mijn hoofd. Nee hoor, zei ik, ik wil echt nog steeds graag schrijver zijn.
In mijn hoofd herhaalde ik het voorschot dat ik wilde. Het zat er al ingesleten. Ik zou het straks moeiteloos en nonchalant uit kunnen spreken.
Maar wil je niet gewoon schrijven dan? vroeg mijn redacteur. Mijn redacteur is ook nog dichter, en ik nam aan dat hij wel gewoon wilde schrijven. Hoewel hij heel goed is in zijn dichter-zijn: ik stelde me hem voor terwijl hij ergens op een strand naar de einder keek, contemplatief, zijn handen in zijn zakken, een schoen in het zand schoppend. Het paste heel goed.
Ja, zei ik, ik wil gewoon schrijven.
Mijn redacteur en mijn agent haalden opgelucht adem.
Alhoewel, zei ik. Alhoewel is een woord om mensen die denken dat ze eruit zijn weer even in verwarring te brengen. Ik weet niet of ik eigenlijk wel gewoon wil schrijven. Ik vind het alleen maar echt heel leuk als het af is, geloof ik.
Ze keken me weer even aan.
Maar schrijven is ook hard werken, zei mijn agent, verzachtende omstandigheden aandragend.
Mijn redacteur knikte. Het was duidelijk dat ze me van alle kanten probeerden te helpen. Alles wat ik hoefde te doen was hun uitgestoken hand pakken. Inderdaad, had ik moeten zeggen, schrijven is hard werken.
Maar ik zei: dat valt wel mee, hoor.
Mijn agent liet zijn lepel vallen. Hij had een soepje. Hij had de vorige keer ook een soepje gehad – het was net of hij meewerkte aan de traditie.
Ik ging door, ik zei: dat valt echt wel mee. Ik wantrouw schrijvers die uren achter elkaar zitten te tikken een beetje. Want het is echt heel saai, eigenlijk, uren achter elkaar tikken. Ik zei dat het veel makkelijker was om iets anders te gaan doen. De stad in, of tv kijken, of afwassen.
Mijn agent en mijn redacteur zagen eruit of ze het liever over iets anders wilden hebben. Ze keken heel ongelukkig.
Maar tijdens het afwassen heb ik vaak dan wel weer goeie ideeën, zei ik, om de pijn iets minder te maken. Er kwam een serveerster langslopen. Ik bekeek haar en in mijn achterhoofd herhaalde ik het bedrag weer.
Omdat zij niks meer zeiden, zei ik dat het ook inderdaad leuk was om schrijver te zijn. Kijk ons nu gezellig zitten, zei ik. Ik voel me heel belangrijk, en dat voelt best fijn.
Op dat moment kwamen Carice van Houten en Gijs Scholten van Asschat met nog wat mensen aan het tafeltje naast het onze te zitten. Ik knikte die kant op en ik zei: ik bedoel maar. Ik voel me steeds belangrijker. Ik nam nog een hap van mijn witbrood met kroketten.
Maar goed, zei mijn redacteur, zich volledig richtend op mijn agent, en dan heb je ook nog schrijvers die denken dat de uitgever heel erg rijk is, alleen maar omdat er een miljoen Vliegeraars zijn verkocht, maar dan geven we zo’n verzameld werk van Vaandrager uit en daar leggen we zestig euro per boek op toe.
Ik hoestte mijn kroket uit. In mijn hoofd deelde ik het voorschot dat ik wilde door tweeën, en daar haalde ik nog duizend euro af.

Maandag 23 Juni 2008 at 5:45 pm.

twee reacties

Na die laatste zin snap ik überhaupt niet dat iemand schrijver wil zijn ;) Rose (URL) - 23-06-’08 19:16

Hahaha, érg goed. Heb je hier nou heel hard voor moeten werken? Laurent (URL) - 23-06-’08 20:27



  


Persoonlijke info onthouden?:
Kattebel:
Verberg e-mail:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Dit was Mensen die zo graag schrijver willen zijn op waltervandenberg.nl Alles is © Walter van den Berg. Pik iets en ik weet je te vinden, rapalje.