Zin in kerst

Voor NRC Next.
Face it: kerst wordt nooit meer zo leuk als je het vond toen je te klein was om door te hebben dat je oma’s een hekel aan elkaar hadden. Dat ze elkaar met ‘mevrouw’ aanspraken, vond je toen alleen maar grappig. De kerstboom stond te stralen, de hond schooierde aan de lange tafel die je vader van schragen en deuren had gemaakt, en je wist niet wat beter was: de ultieme gezelligheid aan die tafel (die je je minstens voor een deel zelf voorstelde) of het piratenschip van Playmobil dat je met Sinterklaas had gekregen en dat — anders dan je andere speelgoed — nog lang niet verveelde en nu ergens bij de centrale verwarming voor anker was gegaan.

Kerst was stressloos. Omdat je een kind was. Ik ben de laatste om te zeggen dat kinderen geen zorgen kunnen hebben, maar het verbazingwekkende vermogen om die zorgen uit te zetten hadden we allemaal. (Mijn zorgeloosheid met Kerst compenseerde ik met Oudjaar, waarbij ik als broekie van zeven melancholisch werd over wat er allemaal gebeurd was in 1977.)

Nu begint de stress van Kerst al in oktober. Want: wat gaan we doen?

Mijn zuster belt me altijd in die maand, en dan begint ze met wat ditjes en datjes, en dan komt de echte vraag: komen jullie bij mij, tweede Kerstdag?

Mijn zuster heeft een rotsvast geloof gehouden in de gezelligheid van vroegere Kerstmissen. Toen de Vijfuurshow op RTL4 nog bestond, hadden ze daar een item waarin een cameraploeg langsging bij mensen met uitbundige Kerstversiering, en ja: de cameraploeg ging langs bij mijn zuster. Mijn zuster droomt ook nog steeds van een grote familie, terwijl we maar met een handjevol zijn.

Maar dat is een klassiek beeld dat heel veel mensen ingevuld zouden willen zien, natuurlijk: een grote familie tijdens een stressloze Kerst.

Ik heb, moet ik toegeven, wel eens mijn best gedaan om de uitnodigingen van mijn zuster te ontwijken. Het probleem: de uitnodiging was altijd voor tweede Kerstdag, en de uitnodigingen van vrienden waren ook altijd voor de tweede. Want die vrienden vierden de eerste dag natuurlijk met hun familie. (To-do voor dit jaar: uitvinden waarom mijn zuster ons familiefeest niet op eerste Kerstdag doet.)
Maar: dit jaar heb ik er zin in.
Echt.

Als de geest van het kerstverleden me mee zou nemen naar verleden jaren, zou het ongeveer als volgt gaan: onzichtbaar voor de personages van vroeger zou ik samen met die geest staan kijken naar een jochie dat zielsgelukkig met zijn Playmobil piratenschip op het tapijt ligt te spelen terwijl zijn moeder het konijn klaar aan het maken is (wij aten vroeger altijd konijn, vraag me niet waarom); in de volgende scene zouden we een puber zien die op de bank hangt en melancholisch alle kerstfilms op televisie kijkt en zich afvraagt waarom het in die films wel gezellig is; daarna zou de geest me het restaurant van de man van mijn zuster laten zien waar ik alleen met mijn moeder en haar vriend zit, mezelf heel erg zielig voelend omdat ik niks te vieren had: ik was alleen en ongelukkig. Dan een sprong naar vorig jaar: niet meer ongelukkig (verkering met het geweldigste meisje ooit), maar wel even alleen: we konden het niet samen vieren, en dat was kut, maar ik zat bij mijn moeder in het bejaardenhuis, met z’n tweeën aten we het diner dat ik voor haar gekookt had, de volgende dag zou ik met vrienden vieren, en ik wist dat alle volgende Kersten goed zouden zijn, want die zou ik vieren met het geweldigste meisje ooit.

Mijn zuster heeft wel eens gezegd tegen me dat ze het idee had dat ik haar niet leuk vond. Toen heb ik gelogen dat dat verkeerd zag, maar toen, en ik zeg toen, had ze gelijk.

Geesten van kerstverleden en kersttoekomst (en ik geloof dat er ook nog een geest van de huidige Kerst zou moeten zijn), vergeef me, want ik was zo iemand die zijn familie niet wilde kennen.

Ik ben iemand die de VPRO-gids bezorgd krijgt. Mijn moeder en mijn zuster lezen de Tros Kompas. Schetst dat al een beeld? Ik ben iemand die hippe meubelen heeft staan en doet of ie af en toe moeilijke boeken leest. Mijn moeder en mijn zus hebben wit gemarmerde dressoirs en stenen engeltjes in de vensterbank.
Ik heb mijn familie een hele tijd niet willen kennen.

En ik heb mezelf daar ook heel lang bijzonder in gevoeld: kijk mij, ik schrijf boeken en ik kom uit een nest waar er zonder enige ironische bijgedachte naar André Hazes wordt geluisterd. Ik ben uniek, hoor. Ieder ander die in mijn demografische groep zit (VPRO-gidslezers), schatte ik in als komende uit goede nesten, vaders die dokters waren terwijl de mijne zeeman was. Moeders die macrameeden terwijl de mijne hoerenmadam was omdat ze geld moest verdienen toen mijn vader dood was. Kijk mij toch speciaal zijn, en verdomd, het is terecht dat ik me niet thuis voel bij mijn familie.

En toen kwam ik erachter dat ik niet uniek was. Er zijn een heleboel mensen die VPRO-gidslezers zijn geworden terwijl thuis de Troskompas lag. Of de Televizier. Een heleboel. En er zijn vast een hoop van die mensen die ervoor kiezen hun familie niet meer te willen kennen, maar ik ga ervoor kiezen niet meer zo iemand te zijn. Als ik de kinderen die mijn vriendin en ik ooit gaan krijgen een Kerst wil geven zoals ik vroeger had, met twee oma’s die elkaar niet mogen (hoewel dat met een lieve moeder — mam, blijf leven, trouwens — en een lieve schoonmoeder moeilijk wordt) en veel stress die door kinderen aangezien wordt voor rommelige gezelligheid, dan is het nu tijd om te investeren.

Eerste kerstdag (en kerstavond ook, trouwens), zijn wij dit jaar in het Zuiden, bij de ouders van mijn vriendin. Ik moet een verlanglijstje inleveren, want er gaan kadootjes voor me worden gekocht. Tweede kerstdag zijn we bij mijn zus, met mijn moeder en haar nieuwe vriendje die ze in het bejaardenhuis heeft gevonden, en we gaan bingo spelen omdat mijn neefje dat leuk vindt. Als ie niet met zijn piratenschip ligt te spelen — want dat was zijn kado deze Sinterklaas.

En als de geest van de kersttoekomst me straks meeneemt, gaat hij me een kerst laten zien waarin mijn vriendin (dan mijn vrouw) en ik een groot huis hebben, met kinderen, rondscharrelende honden, een grote kerstboom, sneeuw op de ramen en alle familie die we hebben in dat huis, ons huis, verzameld.

Maandag 29 December 2008 at 2:52 pm.

twee reacties

Heel mooi verhaal! Vroeger dacht ik ook altijd dat het Eerste kerstdag zou sneeuwen.
Niet om het beter te weten (ik maak in iedere zin minimaal één taalfout), maar bij het gedeelte "Mijn zuster heeft weleens... ontbreekt het woordje "ze" tussen de twee "datten".;-) Goed uiteinde met u Prinses,Banjer en verdere familie/vrienden! swanz - 29-12-’08 19:18

Oef. Autobiografisch of verzonnen: ik vind het een prachtig stuk. Gelukkig nieuwjaar! Helene (URL) - 04-01-’09 14:15



  


Persoonlijke info onthouden?:
Kattebel:
Verberg e-mail:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Dit was Zin in kerst op waltervandenberg.nl Alles is © Walter van den Berg. Pik iets en ik weet je te vinden, rapalje.